Voorbeelden van ondersteunde communicatie

Ondersteunde communicatie en taalontwikkelingsstoornis

Ondersteunde communicatie (OC) stimuleert initiatief name bij kinderen en jongeren met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Een TOS is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis. Dit betekent dat taal in de hersenen minder goed wordt verwerkt. Een kind met (een vermoeden van) TOS heeft bijvoorbeeld grote moeite met praten of het begrijpen van taal. De taal- en spraakontwikkeling verloopt hierdoor anders dan bij leeftijdsgenoten. Een taalachterstand is niet hetzelfde als een taalontwikkelingsstoornis. Een taalachterstand kan ontstaan als een kind zijn moedertaal weinig hoort of spreekt. Door meer taalaanbod haalt het kind de achterstand weer in. Bij een taalontwikkelingsstoornis is er meer aan de hand. Er is iets mis met het aangeboren vermogen om taal te leren (bron: www.kentalis.nl). 

Kinderen met TOS

  • horen goed;
  • leren hun moedertaal langzaam en moeizaam;
  • hebben een normale intelligentie;
  • kunnen klanken en woorden moeilijk onthouden;
  • hebben moeite met de grammatica;
  • vinden omgaan met emoties lastig;
  • hebben moeite met het plannen;
  • vinden het moeilijk om woorden en klanken te onthouden;
  • maken korte zinnetjes;
  • zijn niet goed te verstaan;
  • en/of plaatsen de woorden in een zin in de verkeerde volgorde.

Bij deze kinderen met (een vermoeden van) TOS wordt er logopedie opgestart en wordt de spraak vaak met gebaren ondersteund (NMG – Nederlands Met Gebaren). Hoewel gebaren vrij vluchtig zijn, blijken ze de taal en communicatie goed te ondersteunen en stimuleren. Gebaren vergroten met name taalbegrip te vergroten (bron: Het gebruik van gebaren bij jonge kinderen met TOS – VHZ Online vhz-online.nl). Pictogrammen worden bij kinderen met TOS ook als ondersteuning ingezet: doorgaans als dagplanning, bij woordenschat activiteiten en bij individuele logopedie. Waarom gebruiken we niet vaker pictogrammen of aanwijskaarten en waarom niet meer eenvoudige communicatiehulpmiddelen om interactie te ondersteunen? De oorzaak hiervan is vaak onbekendheid van OC en zeker ook de zorgen en angst van de omgeving: ‘ja maar wanneer we met pictogrammen en hulpmiddelen gaan werken, gaat het kind dan nog wel spreken!?’ 

Er zijn een aantal scholen en behandelcentra die een start hebben gemaakt om kernwoordenkaarten altijd toegankelijk te hebben voor kinderen met TOS en ze steeds erbij nemen bij gesprekjes met de kinderen. Daar hangen kernwoordenkaarten aan de muur of er liggen kaarten op de tafels. Ook diverse sprekende app’s, sprekende fotoboeken en hightech hulpmiddelen worden langzaam aan steeds meer bij kinderen met TOS ingezet. Zelf gebruik ik aanwijskaarten om communicatie te ondersteunen bij deze groep kinderen. Voor kinderen en jongeren die moeite hebben om die eerste 50 tot 200 woorden te gebruiken, is het aanwijzen van deze woorden een echte meerwaarde en stimuleert het ook de verbale spraak. Kinderen nemen initiatief met behulp van de kernwoordenkaart en voeren ook ‘aanwijs’-brabbel gesprekjes met elkaar.  Gebruik jij wel eens een kernwoordenkaart? Ik verzamel graag reacties en ervaringen. 

Kernwoordenkaarten en aanwijskaarten zijn een voorbeeld van OC. 
Download en print de factsheet ‘Feiten en cijfers over OC’: MA02-3-6mrt18-Factsheet-NVLF.pdf